 |
 |  |
 Dyslexie
Het is misschien niet te geloven Maar bij mij dansen de letters voor mijn ogen Het gaat niet zo goed als bij de rest Al doe ik voor 200% mijn best Een 4 voor dictee, ik hoor ze denken: ”wat is die Jeroen dom” Maar twijfelen aan mijn eigen verstand dat is pas echt stom Ik ben echt niet anders dan een ander kind Ik ben alleen maar woordenblind Soms word ik er echt verdrietig van Het lijkt alsof ik niks van de spellingsregels begrijpen kan Soms doe ik stoer of vervelend tegen de juf en andere kinderen Net alsof ik zo mijn verdriet kan verminderen Want pijn doet het, geloof me maar Jullie dictee is af en ik ben weer niet klaar Een proefwerk zie ik met buikpijn tegemoet Al doe ik nog zo mijn best, ik weet: het gaat niet goed Ze zeggen dat ik ermee moet leren leven En me altijd voor 100% zal moeten blijven geven
Jeroen, 12 jaar
| Veel gestelde vragen over dyslexie
1. Wat is dyslexie? Dyslexie betekent letterlijk: niet kunnen lezen. Bij dyslexie kunnen zowel lees- als spellingsproblemen voorkomen. In de meeste gevallen hebben kinderen moeite met technisch lezen èn spellen. Officieel wordt dyslexie in Nederland aangeduid als: ‘een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of spellen op woordniveau’. Hardnekkigheid is een belangrijk kenmerk van dyslexie, niet alleen bij het leren lezen en spellen, maar ook bij het snel en vlot kunnen lezen. De ernst en de mate van de dyslexie is verschillend. Sommige kinderen hebben meer moeite met technisch lezen dan spelling, andere kinderen hebben meer moeite met spelling dan technisch lezen. Er kan ook een verschuiving plaatsvinden. Sommige kinderen hebben met de beginnende leesfase veel problemen en de spelling gaat dan redelijk. Terwijl het lezen na veel oefenen soms makkelijker gaat, wordt de spelling juist complexer en geeft dat meer problemen. Daarbij komt dat bij de een de vooruitgang in wat grotere stappen gaat dan bij de ander. 2. Hoe wordt op school dyslexie gesignaleerd? Het is belangrijk dat de school leesproblemen zo vroeg mogelijk signaleert. In opdracht van het ministerie van OCW zijn er protocollen “leesproblemen en dyslexie” ontwikkeld. Deze protocollen worden door de Johannesschool gevolgd. Deze protocollen geven leerkrachten en dyslexiespecialisten in het onderwijs concrete handvatten voor beleid op het gebied van signalering en diagnose, begeleiding en behandeling, compenserende faciliteiten tot de inzet van computerhulpmiddelen.
3. Hoe weet ik als ouder dat school dyslexie vermoedt bij mijn kind? Als school volgen wij het protocol. Bij de kleuters houden we de signalen al in de gaten. Als we dit zien zullen we dit met u bespreekbaar maken en een plan van aanpak opstellen (een handelingsplan). Bij de herfstsignalering van groep drie is het eerste moment aangebroken om te beoordelen of het technisch lezen op gang komt. Als dat niet het geval is, wordt op dat moment extra hulp ingezet en wordt vastgelegd in een handelingsplan. Wij nodigen u als ouder uit. Het handelingsplan wordt met u als ouder besproken en wij vragen u dit plan van aanpak te ondertekenen. Op deze manier bouwen we een leerling dossier op. Als na groep 4 de extra hulp onvoldoende resultaat oplevert, is het moment aangebroken om een deskundige in te schakelen (door u of door school) die kan beoordelen of het op dit moment noodzakelijk is om een dyslexie onderzoek te laten doen.
4. Wanneer loopt de aanvraag voor een dyslexie onderzoek via school en wanneer via de verzekering? Wanneer een leerling ondanks alle extra begeleiding nog steeds heel veel moeite heeft met lezen (de leerling scoort herhaaldelijk een E met de Cito) dan kan de leerkracht in groep 4 u adviseren om uw kind bij uw eigen zorgverzekeraar aan te melden voor de vergoeding dyslexiezorg. We spreken hier over ernstige enkelvoudige dyslexie. Het kan ook zijn dat er wel sprake is van grote achterstanden m.b.t. lezen en spelling maar dat deze achterstanden niet zo groot zijn dat een kind herhaaldelijk een E bij de Cito scoort. In dit geval kan er sprake zijn van dyslexie, maar de leerling komt niet in aanmerking voor de vergoeding dyslexie zorg. Als school gaan wij door met signaleren en ondersteunen en er kan (als er ondanks alle extra inspanningen niet genoeg vooruitgang wordt geboekt) vanaf groep 5 op een school dyslexie onderzoek worden aangevraagd buiten de zorgverzekering om.
5. De aanvraag voor een dyslexie onderzoek kan via school lopen en via de verzekering, wat is het verschil? Via de zorgverzekering krijgt u een onderzoek, mogelijk de dyslexieverklaring, en een vergoeding voor behandeling buiten school. Uiteraard ondersteunen wij uw kind ook op school. Via school krijgt u een onderzoek, dyslexieverklaring en ondersteuning op school.
6. Wanneer kom ik in aanmerking voor een vergoedingsregeling van de basiszorgverzekering? Vanaf 1 januari 2009 is de vergoeding van diagnose en behandeling van ernstige, enkelvoudige dyslexie opgenomen in het basispakket van de zorgverzekering. Deze vergoeding is voor kinderen - die geboren zijn na 2001 - waarvoor een leesdossier is opgebouwd waaruit blijkt dat er in het onderwijs een traject is geweest van extra hulp bij het leren lezen en spellen. - waarvan de school vermoedt dat er sprake is van ernstige, enkelvoudige dyslexie, door de geringe vooruitgang bij dit traject.
7. Welke aanpassingen zijn er voor kinderen met dyslexie bij de citotoets en NIO? Cito: vergrote lettertype en een ondersteuning met behulp van een CD NIO: vergrote lettertype
8. Mijn kind heeft ook problemen met spelling en/of lezen maar krijgt geen onderzoek en dyslexieverklaring, waarom niet? Om te voorkomen dat alle kinderen met leesproblemen aangemeld worden voor een dyslexie onderzoek heeft de school de functie van een poortwachter. De school stelt een leerlingdossier samen om het vermoeden van (ernstige) dyslexie bij een leerling te onderbouwen. Dit dossier bevat een overzicht van de lees- en spellingtoetsen en een beschrijving van de geboden hulp (handelingsplannen) op school. Niet alle spel- en leesproblemen vallen onder dyslexie. Er kan wel sprake zijn van een achterstand maar niet van een leerstoornis. Mogelijk zijn er andere problemen die de spel en/of leesproblemen veroorzaken.
9. Hoe komt het dat soms laat dyslexie geconstateerd wordt ? Niet alle kinderen met dyslexie worden in de onderbouw al opgespoord. Kinderen kunnen hun leesproblemen jarenlang verbergen. Daarom wordt ook in de bovenbouw het protocol gevolgd. Als bij een kind pas laat ontdekt of aangetoond kan worden dat het dyslexie heeft komt dat doordat het tot dan toe zijn lees- en spellingsproblemen heeft weten te compenseren.
10. Hoe kan ik mijn kind helpen? Als een kind dyslexie heeft is het voor de ouders een belangrijke taak om het kind te blijven bemoedigen en ondersteunen bij het leren omgaan met dyslexie. Dyslexie heeft bij bijna alle kinderen niet alleen invloed op de schoolprestaties, maar ook op het gevoel van zelfvertrouwen. Ouders zien bij het kind thuis soms moeilijker gedrag. Het kind kan gefrustreerd zijn omdat het veel oefent en weinig vooruitgang boekt. De ouder kan een rol spelen bij het oefenen en trainen. Juist kinderen met dyslexie hebben veel extra oefening nodig met lezen en spellen. Het is wel belangrijk dat uw kind niet met tegenzin gaat oefenen.
11.Welke hulpmiddelen zijn er voor kinderen met dyslexie? - Kinderen die moeizaam leren vanwege een leerprobleem of leerstoornis kunnen met het computerspel Woordenhaai (zie www.woordenhaai.nl) veel leren. Met de nodige uitdaging die spelletjes kunnen bieden is er weinig risico op motivatieverlies. Bij fouten krijgen kinderen feedback, waarmee ze geleidelijk naar de goede oplossing toe worden geleid. Kinderen die zich goed ontwikkelen krijgen met Woordenhaai een extra stuk oefening. Die herhaling van de stof zorgt er voor dat de basiskennis voor lezen en spellen steviger wordt gelegd en met minder fouten kan worden toegepast. Kinderen die juist minder begeleiding nodig hebben, kunnen met minimale instructie zelf verder gaan met nieuwe spellingonderwerpen. Met Woordenhaai kunnen ze zelfontdekkend leren, gesteund door inzichtgevende spelvormen en visualisaties en met behulp van de programma-instructies. Woordenhaai biedt vrijwel de gehele leerstof die men doorgaans op de basisschool wil doorwerken. Woordenhaai is methode-onafhankelijk, ze kunnen dus naast elke methode gebruikt worden. - Bij de bibliotheek kunt u gratis en voor 3 weken een daisyspeler (voorleesapparaat) lenen. Er zijn ook boeken te vinden die makkelijker te lezen zijn. U kunt deze boeken herkennen aan de sticker met de oranje letters MLP op de rug van het boek. - In Nederland worden er soms ook prismabrillen voorgeschreven aan kinderen met lees- en leerproblemen (waaronder dyslexie). Het is niet het wondermiddel dat bij alle lees- en leerproblemen en bij iedereen helpt. In de meeste situaties is het een tijdelijke steun die bedoeld is om de samenwerking tussen de beide ogen gemakkelijker te maken. Voor meer informatie over een prismabril kunt u bij een optometrist terecht.
12. Is er een leidraad voor ouders? Houvast bij leesproblemen & dyslexie op de basisschool is een boek van Arga Paternotte (ISBN 90-806674-5-5). In dit boek krijgen ouders: - aangereikt waar ze op kunnen letten als de leesontwikkeling van hun kind niet wil vlotten of ze zich daarover zorgen maken - hoe de school de leestontwikkeling van leerlingen toetst en wat ouders daarover kunnen bespreken met de leerkracht - op welke manier kinderen thuis geholpen kunnen worden - hoe lezen aantrekkelijk kan worden gemaakt - van welke speciale hulpmiddelen en maatregelen een kind met dyslexie kan profiteren - ervaringen en tips voor een goede communicatie met school 13. Als ik mijn kind buiten school om wil laten helpen hoe vind ik dan een goede behandelaar? U bent in principe vrij om zelf een behandelaar te kiezen. Als de school aangeeft dat uw kind mogelijk in aanmerking komt voor een vergoeding via de zorgverzekering dan kunt u kijken welke instituten aangesloten zijn bij de Stichting Dyslexie Nederland (SDN). U kunt hier informatie over opvragen bij uw zorgverzekeraar. U krijgt namelijk alleen de behandeling van de zorgverzekeraar vergoed als het behandelinstituut voldoet aan bepaalde kwaliteitscriteria voor de diagnose en behandeling van dyslexie. De organisaties die voldoen aan de benodigde kwaliteitseisen zijn o.a. de onderwijsbegeleidingsdienst (www.obdnoordwest.nl) en het Iwal (www.iwal.nl). De OBD is te vinden in Alkmaar, het Iwal bevindt zich o.a. in Amsterdam en Haarlem. Als de dyslexie door middel van onderzoek via school geconstateerd is (dus buiten de vergoedingsregeling om) zijn de kosten die de bijlessen met zich meebrengen voor uzelf. Verschillende ouders van de school hebben goede ervaringen met Stichting Loper in Alkmaar. U kunt ook namen opvragen bij het Nederlands instituut van psychologen (NIP) of de Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen (NVO).
14. Mag mijn kind onder schooltijd weg voor behandeling? Als u op eigen initiatief kiest voor dyslexiebehandeling buiten school (bij een organisatie die voldoet aan de benodigde kwaliteitseisen), geldt dat als geoorloofd verzuim. Het belang van het kind staat voor ons allen bovenaan. Om de kinderen niet teveel lestijd te laten missen, raden wij u aan de behandelingen zoveel mogelijk buiten de schooltijden om te regelen. Mocht dat echt niet lukken dan willen wij graag met u overleggen wat een goed alternatief zou kunnen zijn, zodat uw kind bijvoorbeeld geen belangrijke instructielessen mist.
15. Hoe is de overgang naar het voortgezet onderwijs? De protocollen van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs zijn op elkaar afgestemd en vormen een doorgaande lijn. Hierdoor wordt de overgang van leerlingen met dyslexie zo goed mogelijk overbrugd. |
| |
|